

'We moeten in de zorg veel meer circulair gaan denken.' In gesprek met Erik van Raaij over duurzaamheid en kwaliteit van zorg
Erik van Raaij, hoogleraar Sustainable Procurement in Health Care bij Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), Rotterdam School of Management (RSM) en Medical Delta hoogleraar bij Industrieel Ontwerpen (TU Delft).
Haske van Veenendaal, redacteur KiZ
Duurzaamheid, of ‘groene’ zorg, is geen nieuw thema. Toch is de aandacht voor duurzaamheid in de zorg van relatief recente datum, maar wel groeiende. KiZ heeft daarom een gesprek met Erik van Raaij over het belang van dit thema en de plaats van duurzaamheid binnen kwaliteit van zorg: Wat is de relevantie van dit thema voor de kwaliteit van zorg, voor de individuele patiënt, de zorgorganisatie en de maatschappij als geheel? En wat kan de rol van een implementatiespecialist of kwaliteitsadviseur zijn? Op alle niveaus is er volgens Erik van Raaij winst te behalen. Kwaliteitsadviseurs kunnen het thema duurzaamheid integreren in hun aanpak en inkopers helpen om de focus op prijs beter te balanceren met thema’s als kwaliteit, veiligheid, werkdruk en duurzaamheid.
Duurzaamheid en kwaliteit
Het uitgangspunt van kwaliteit is het toevoegen van waarde aan het leven van patiënten of burgers, waarin professionele, organisatorische en relationele kwaliteit de klassieke aandachtsgebieden vormen. Van Raaij stelt dat duurzaamheid vaak wordt gezien als additioneel aan kwaliteit. “De patiënt zelf gaat van duurzamere zorg meestal niet direct iets merken. Duurzamere keuzes in de zorg krijgen rendement als je ze voor veel patiënten maakt, de winst van duurzaamheid is voor de maatschappij als collectief en meestal niet van invloed op het individueel niveau. Het vergt soms ook geduld voordat het effect optreedt. Voor de individuele patiënt is het van belang dat er geen nadelige effecten zijn op de zorguitkomsten en voor de zorgorganisatie geen hogere werkdruk, hogere kosten of hoger infectierisico. Dit terwijl kwaliteit van zorg wel veel directer gerelateerd is aan effecten voor de patiënt zelf”, aldus Van Raaij.
Meer aandacht voor duurzaamheid
Van Raaij’s leerstoel die in 2024 door ESHPM werd ingesteld illustreert dat het belang van duurzaamheid in de zorg groeit. De leerstoel is onderdeel van de investering die ESHPM doet in het thema Planetary Health. Ook beroepsverenigingen en financiers initiëren inmiddels projecten. Volgens Erik van Raaij was dit hoognodig: ”De zorg is relatief laat in actie gekomen. Er ontstaat pas recent aandacht voor en er is een inhaalslag te maken. Het past bij Europese doelstellingen om circulair te worden en de afhankelijkheid van grondstoffen uit andere delen van de wereld te verlagen. Het RIVM schat dat de zorg 7% van de CO2-uitstoot voor haar rekening neemt van de totale Nederlandse productie van broeikasgassen en 13% van het materiaalgebruik. En wat de Nederlandse zorg consumeert aan producten, wordt grotendeels elders in de wereld gemaakt. Daar ontstaan ook broeikasgassen. De Nederlandse zorg is hartstikke goed, maar ik denk dat we dezelfde kwaliteit van zorg kunnen behalen met minder milieu impact. Dat is de opdracht die ik voor mezelf zie.”
Voorbeelden
Door kritische vragen te stellen en protocollen aan te passen, kan materiaalgebruik worden gereduceerd. Van Raaij vervolgt: “Wijzelf zijn betrokken bij het ESCH-R project, waarin we in zes klinische afdelingen van twee academische ziekenhuizen voor in totaal 12 concrete cases kennis rond circulariteit zullen ontwikkelen en toepassen om de zorg te verduurzamen” (zie kader). Als je ziet hoeveel single use disposables worden gebruikt, of hoeveel ongebruikte producten in het afval terecht komen, dan moet je kwaliteit van zorg kunnen behouden met minder milieu impact. Er zijn al veel goede voorbeelden vanuit het ESCH-R project bij Erasmus MC en andere ziekenhuizen. Materiaal hergebruiken zoals een herbruikbare zuurstofmeter in plaats van een wegwerpvariant, een schort dragen in plaats van volledige beschermende kleding, het later vervangen van infuuslijnen, de geopereerde patiënt geen haarnetje omdoen, et cetera. Dat is dan het relatief laaghangende fruit.” Hoger hangend fruit zit hem in innoveren samen met leveranciers om tot circulaire oplossingen te komen en ook in het denken over de relatie tussen mensen, gezondheid en de planeet dat plaatsvindt in het kader van planetary health. “Mijn focus ligt op inkoop en circulaire businessmodellen. Vraag en aanbod moeten elkaar vinden rond innovatieve oplossingen die significant minder grondstoffen verbruiken. Binnen het thema Planetary Health hebben we een bredere blik, waarbij we ook onderzoeken hoe bewegen, voeding, en preventie kunnen worden ingezet voor gezondheidswinst met minder milieu impact. Er zijn huisartsen die elke vrijdagochtend met een bepaalde patiëntengroep gaan wandelen als onderdeel van de therapie. Zweden wil grote stappen maken met dit soort nature based therapies. Ook ‘het meest duurzame ziekenhuis in de wereld’ is een voorbeeld van zo’n grondige aanpak”.
Samen beslissen
Met de opmars van samen beslissen in de zorg denkt Van Raaij hardop na over de vraag hoe milieuimpact op individueel niveau een rol kan spelen. Zo kunnen kosten voor de maatschappij bij patiënten in het proces van samen beslissen een argument zijn om een voorkeur voor optie a of b te ontwikkelen. Van Raaij sluit daarbij aan: “Ik merk dat patiënten openstaan voor duurzame opties, zolang de kwaliteit van zorg gelijk blijft. Het is belangrijk om de patiënt te betrekken in de besluitvorming. Als je een keuze hebt tussen wegwerpluiers en wasbare luiers, wat zou je dan willen?”
Rol van de kwaliteitsadviseur of implementatiespecialist
Er ligt een mooie taak voor kwaliteitsadviseurs en implementatiespecialisten beseft Van Raaij. “Ik werk veel met inkopers aan duurzamere zorg, maar daarbij blijft de kwaliteitsmanager vaak buiten beeld. Het gaat niet alleen om nieuwe op duurzaamheid ingerichte businessmodellen en prikkels in inkoopprocessen. Als we duurzaamheid integreren in value-based healthcare, passende zorg en kwaliteitsmanagement, voegen we noodzakelijke expertise toe over methoden van zorgverbetering. Ik onderscheid 5 dimensies die in de zorg veel beter in balans gebracht moeten worden: uitkomsten, veiligheid, kosten, werkdruk en duurzaamheid. Veelal gaat het om aanpassingen in gedrag, in processen en randvoorwaarden. Hierin kunnen we inzetten op refuse (dingen niet meer doen), reduce (dingen minder doen) en rethink (dingen anders doen). Onderdeel hiervan is (de-)implementatie, juist iemand die expert is in het inrichten van zo’n proces, is onmisbaar. Dus een goede vraag is zeker: Wat is hierin de rol voor de kwaliteitsprofessional”?