

Zorgorganisaties vergroten vrijheid van cliënten
Vrijheid zit vaak in kleine, vanzelfsprekende dingen. Kiezen naar welke muziek je luistert, welke film je gaat zien en wanneer je doucht. Doodgewone dagelijkse keuzes. Maar niet als je afhankelijk bent van langdurende zorg. Dan bepalen anderen ineens wat goed voor je is. En als je daar onrustig van wordt of protesteert? Dan volgen er soms maatregelen die onvrijwillig en niet gewenst zijn. Dat het anders kan, bewezen zeven zorgorganisaties het afgelopen jaar.
Door J. Mast
Drie organisaties uit de ouderenzorg (VVT) en vier uit de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking (VG) volgden ruim een jaar lang een intensief traject om de vrijheid van hun cliƫnten blijvend te vergroten. Dat lukt alleen als de hele organisatie bereid is een nieuwe grondhouding te ontwikkelen. Van bestuur tot de receptiemedewerker, van afdelingsmanager tot kok. Niet de regels staan centraal, maar de wensen van de cliƫnt.
Nadenken over vrijheid
Zoān nieuwe grondhouding begint bij nadenken over vrijheid. Wat betekent het voor mij? Voor mijn cliĆ«nten? Mag je kiezen hoe en hoe laat je gewassen wilt worden? Vijf boterhammen met hagelslag eten als je overgewicht hebt? ās Nachts een uurtje ronddwalen in je kamer?
Een heldere, gedeelde visie op vrijheid en aandacht voor het thema vormen een goed begin om vrijheid van cliƫnten te vergroten. Maar blijvende verandering vraagt om een brede aanpak waarin leren van ervaringen centraal staat. Medewerkers moeten hiervoor de ruimte en de mogelijkheden krijgen. Fouten (mogen) maken, kansen signaleren, oplossingen bedenken en uitvoeren en daar weer van leren. Managers en beleidsmakers moeten dit ondersteunen. Alleen op die manier krijgt vrijheid een echte kans.
Cultuur en gedrag veranderen
Het bieden van optimale vrijheid aan cliƫnten die zorg en ondersteuning krijgen van een zorgaanbieder (VVT en VG), dat was het doel van de deelnemende organisaties en van Vilans. Vanuit de visie dat cliƫnten het recht hebben zoveel mogelijk hun eigen leven in te richten en dat zorgprofessionals hun daarbij helpen. Dat betekent niet automatisch dat onvrijwillige zorg nooit meer plaatsvindt.
Voor goede zorg en ondersteuning moet je soms afwegingen maken die ingrijpen in de vrijheid van cliƫnten. Maar altijd na een zorgvuldige afweging en met een goede onderbouwing.
De uitgangspunten die ook genoemd staan in de nieuwe wet Zorg en Dwang, zijn:
- Subsidiariteit ā Er is aantoonbaar gezocht naar minder belastende alternatieven. Bijvoorbeeld een ombouw om het bed in plaats van een onrustband;
- Proportionaliteit ā Het gekozen middel staat in verhouding tot het doel dat je wilt bereiken. Voor iemand die zichzelf voortdurend krabt is een krabhandschoen minder belastend dan een vastgebonden arm;
- Doelmatigheid ā Het gekozen middel draagt bij aan het doel dat je wilt bereiken. De kamerdeur op slot omdat een cliĆ«nt twee jaar geleden voortdurend uit bed kwam, is nu misschien niet meer nodig.
Een standaardaanpak voor alle cliĆ«nten bestaat niet. Wat voor de ƩƩn prima werkt, heeft op de ander een averechtse uitwerking. Dat vraagt om een individuele benadering met afspraken over wat reĆ«el is, welke risicoās je kunt en wilt nemen en hoe je je keuzes verantwoordt. Stimulans, steun en sturing van de organisatie in het streven naar vrijheid is hierbij noodzakelijk. Maar ook dan is streven naar vrijheid niet zo eenvoudig als soms gedacht. Pasklare oplossingen hebben wij helaas niet, maar we hebben wel tips en voorbeelden om van te leren.
Omgaan met dilemmaās
Vrijheidsbeperking terugdringen leidt onherroepelijk tot dilemmaās. Wat blijven, ondanks alle goede intenties, moeilijke opgaven op verschillende niveaus in organisaties? In het project āIn voor beter, leven in vrijheidā kwamen de volgende afwegingen regelmatig naar voren.
Simpel en complex
Wensen en behoeftes van cliĆ«nten kunnen botsen met de normen van de hulpverlening of de regels van de Inspectie. Het lijkt zo simpel om de dartpijltjes af te pakken als een verstandelijk gehandicapte jongere daarmee dreigt. Maar als darten zijn hobby is? Als dat het enige is waar hij rustig van wordt? Hoe zit het met āeigen keuzesā en āde cliĆ«nt centraalā? Het goede doen in een zorgorganisatie heeft per definitie grenzen. Het omgaan met dit dilemma vraagt om zorgvuldige afwegingen, een gedragen visie op het thema vrijheid, multidisciplinair overleg en gesprekken met alle belanghebbenden. Het voortdurend met elkaar in gesprek gaan en blijven is hiervoor essentieel. Dat ook dit in de praktijk niet zo simpel is als hier staat, en dat dit tijd kost zal duidelijk zijn.
Vrijheidsbeleving en vrijheidsbeperking
Onrustbanden, bedhekken en separeren zijn de vrijheidsbeperkende maatregelen die iedereen kent en probeert te vermijden. Maar de nieuwe Wet zorg en dwang kijkt veel breder. Het gaat daarin niet alleen om het tegengaan van vrijheidsbeperking, maar met name om het vergroten van de eigen regie, het vergroten van de vrijheid van de cliĆ«nt. Het uitgangspunt in de nieuwe wet is ānee, tenzijā. Dat wil zeggen dat vrijheidsbeperking (of āonvrijwillige zorgā zoals het in deze wet heet) niet mag worden toegepast tenzij ernstig nadeel ontstaat.
Dit is veel breder dan āalleenā het beperken van de bewegingsvrijheid. Het gaat om een cultuurverandering die breed gaat over allerlei afspraken of regels, het gaat dan, zoals de wet het omschrijft, over ābeperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat de cliĆ«nt iets moet doen of nalaten.ā Deze nieuwe manier van denken over vrijheid heeft veel impact voor cliĆ«nten en zorgorganisaties. Een dergelijke omslag ontstaat niet zomaar, maar ontstaat vanuit een visie op anders zorg verlenen.
Vrijheid en veiligheid
Verantwoorde zorg leveren, risicoās voorkomen en āeen goede hulpverlener zijnā botsen soms met de uitgangspunten voor vrijheid. Zorgverleners hebben de reĆ«le angst dat er iets mis kan gaan met hun cliĆ«nt. Je wilt immers een oudere cliĆ«nt met valrisico niet vinden met een gebroken heup. En de cliĆ«nt die zich vaak verslikt gun je graag dat kopje koffie, maar wat als het misgaat?
Zorgverleners verdienen het dat ze hierbij gesteund worden door het team en door hun leidinggevenden. In de gehandicaptenzorg speelt bovendien dat de vrijheid van de ƩƩn vaak de grens is van de ander. Van een agressieve of onrustige cliƫnt hebben andere bewoners heel direct last. Afzonderen ligt dan voor de hand, maar is dat ook de juiste oplossing voor de cliƫnt zelf? Kennis over en het zoeken naar alternatieven is dan van belang, maar ook overleg met andere disciplines kan veel opleveren aan nieuwe, minder beperkende, keuzes.
Perspectief van medewerker en cliƫnt
Elke cliĆ«nt en elke situatie is anders. Dat vraagt om een individuele aanpak. Het lijkt simpel, maar dat is het niet. Welke rechten heeft de oude dame met de ziekte van Alzheimer die ās avonds naar huis wil? Hoe cliĆ«ntgericht is het om een meisje met een lichte verstandelijke beperking te verbieden naar buiten te gaan omdat in de wijk loverboys actief zijn?
Medewerkers moeten van hun organisatie de ruimte krijgen om flexibel om te gaan met de wensen van cliĆ«nten. Dat betekent: ruimte om cliĆ«ntsituaties te bespreken en vanuit verschillende perspectieven te belichten. Maar ook ruimte om dingen te proberen en soms fouten te maken. Het begrip āprobeerruimteā van W. de Ruiter geeft hiervoor handvatten.
Bovenstroom/ onderstroom
In zijn boek āde Veranderdiagnoseā (2008) onderscheidt Rob van Es twee stromen in organisaties. De bovenstroom bestaat uit het bewust, rationeel, directief en bedrijfsmatig denken. In de onderstroom gaat het veel meer over het onbewuste, emotionele en intuĆÆtieve handelen. Dit is van belang bij het nadenken over vrijheid omdat het in de zorg gaat om de complexe dagelijkse werkelijkheid die niet zo simpel is te vangen in afspraken en plannen.
Omdat je druk bent. Omdat je moet werken in een omgeving die niet aansluit bij de fysieke eisen van je doelgroep. Of omdat je collegaās en je manager je frustratie daarover niet horen. Ruimte maken voor emoties en onbewust handelen vraagt om stimulans, steun en sturing. Zonder deze ruimte en het benoemen van deze āonderstroomā zal er niet snel verandering optreden.
Praktijk en theorie
De aandacht voor het thema āomgaan met vrijheidā komt vooral voort uit morele overwegingen en morele principes. Er is over de ethische, morele kant van vrijheid in de zorg nog weinig theoretische onderbouwing. Het werken met moreel beraad in de zorg is eigenlijk voor dit thema van groot belang, maar gebeurt nog maar zelden.
Daarnaast zagen we een kloof tussen de theorie van verantwoorden en de dagelijkse realiteit. Inspectie en de zorgverzekeraars vragen om een goede verantwoording van de geboden zorg. Voor medewerkers levert dit vaak dilemmaās op. Zij willen vrijheid bieden, maar moeten tegelijkertijd de messen achter slot en grendel bewaren om risicoās te vermijden. En ook rond de eigen regie van de cliĆ«nt bestaat een kloof tussen praktijk en theorie.
Hoe bereik je bijvoorbeeld dat gesprekken tussen de cliƫnt en de zorgverlener werkelijk leiden tot meer vrijheid? Het omgaan met deze kloof vraagt om een heldere visie op vrijheid en steun van het management om volgens die visie te werken. Dan weet je waarom je iets doet of niet doet en is dit besluit weloverwogen en onderbouwd en desgewenst goed te verantwoorden naar externe partijen.
Steunen en sturen
Leven in vrijheid van cliĆ«nten vraagt om vrijheid voor de medewerkers. Dit sluit aan bij een beweging die al een aantal jaren gaande is, namelijk de omslag naar zelfsturende organisaties en meer ruimte voor professionals. De organisatie stuurt de professionals niet meer aan maar steunt en faciliteert hen in het vertrouwen dat zij samen met de cliĆ«nt werken aan de juiste oplossingen. De medewerker moet omgaan met emotionele en morele dilemmaās.
Hoe weet je of je een juiste beslissing neemt? Wat gebeurt er als je een agressieve cliĆ«nt niet vastzet in zijn stoel? En als het eens misgaat, krijg je dan steun van je collegaās en je leidinggevende? Probeerruimte en emotionele steun zijn van belang bij het vergroten van vrijheid, ook in zelfsturende units.
Geen pasklare antwoorden
Elk van deze dilemmaās vraagt om afwegingen die passen bij de cultuur, de visie en de historie van een organisatie. Pasklare antwoorden zijn er niet. Serieus nemen van deze dilemmaās is voorwaarde om daadwerkelijk tot verandering te kunnen komen rond het thema vrijheid.
Binnen het project hebben we gezien dat het kan. Door cliĆ«nten en medewerkers de ruimte te geven om andere keuzes te maken ontstaat er ruimte voor verandering. āWat kan er in eens veelā is dan het nieuwe, veel fijnere gevoel voor cliĆ«nten, familie en medewerkers.
Wat het opleverde
Werken aan de vrijheid van cliƫnten levert veel op. Het is een traject waarin met en van elkaar leren en veranderen centraal staat. Het is ook een traject dat voortdurend aandacht nodig heeft. Enkele resultaten in het kort zijn de volgende.
Cliƫnt
Het versterken van de mening van de cliƫnt en zijn naasten was een belangrijk onderdeel van het traject. Spiegelgesprekken bleken een goede manier om de wensen en behoeften van cliƫnten te achterhalen, ook als ze niet of moeilijk communiceren. Cliƫnten vullen vrijheid vaak anders in dan medewerkers, zo bleek uit die gesprekken. Oudere cliƫnten ervaren een fysieke achteruitgang bijvoorbeeld als zeer vrijheidsbeperkend. Medewerkers staan daar niet altijd bij stil.
Cliƫntenraad
Ook de cliĆ«ntenraad vertegenwoordigt de mening van de cliĆ«nten. Ook op dit ā meer algemene ā niveau is het belangrijk om de zorgen en behoeftes van cliĆ«nten rond vrijheid te bespreken. Nog te vaak lijkt het of informatie uit gesprekken en overleggen minder relevant zou zijn dan cijfers. Toch is deze āzachteā informatie minstens zo relevant.
Medewerker
In de gesprekken kwam naar voren dat medewerkers zich meer bewust moeten zijn van hoe zij omgaan met het thema vrijheid. Maar hoe weten we of het thema leeft op een afdeling of in een groep? In eerdere projecten hebben we goede resultaten geboekt met de zogenoemde geeltjesmeting: iedere beperking van vrijheid wordt genoteerd op een post-it en op een poster geplakt. De poster hangt op de afdeling en maakt direct zichtbaar wat er aan beperkingen wordt opgelegd aan cliƫnten, waar en wanneer, zodat medewerkers er gemakkelijker over kunnen praten.
Het benoemen van deze beperkingen heeft vaak een bewustwordingseffect. Men realiseert zich hierdoor hoe vaak er āneeā wordt gezegd tegen cliĆ«nten. Steun en stimulans van elkaar, maar ook van de manager of coach helpen om vaste patronen los te durven laten en dilemmaās te bespreken.
Organisatie
De visie van de organisatie moet letterlijk en figuurlijk het kompas zijn. Het bepaalt het doel en de richting. Het helpt medewerkers om hun vrijheid en verantwoordelijkheid te nemen. Een aantal organisaties heeft ervoor gekozen om medewerkers te trainen of coachen in het omgaan met vrijheid of het terugdringen van vrijheidsbeperking. Belemmerende randvoorwaarden zijn vaak wat minder makkelijk te beïnvloeden. Het is niet eenvoudig om een locatie die bouwtechnisch niet past bij een bepaalde cliëntengroep aan te passen of nieuwbouw te regelen. Technologie en domotica kunnen daarvoor een oplossing bieden.
Tot slot
Bij alle deelnemers is een proces op gang gekomen dat niet meer te stoppen is. Bestuurders, projectteams maar vooral medewerkers spelen hierin een belangrijke rol. We hebben van en met elkaar geleerd. We weten wat goed ging en waar we nog verder mee kunnen.
Met alle betrokken partijen gaan we in gesprek over een mogelijk vervolg. Want ƩƩn ding is duidelijk: we zijn nog niet klaar. Het gesprek over vrijheid moet blijvend op de agenda van niet alleen de deelnemers aan het project, maar op de agenda van alle zorgorganisaties. De urgentie is duidelijk, de nieuwe wetgeving ondersteunt het werken aan vrijheid, we weten hoe het kan. Wie doet er mee? 1
Wat is bekend?
Het beperken van vrijheid is ongewenst in de zorg; nieuwe wetgeving ondersteunt een andere manier van kijken naar en omgaan met vrijheid in zorgorganisaties.
Wat is nieuw?
Nieuw is dat het vergroten van vrijheid niet alleen een zaak is van de cliƫnt en de medewerkers, maar dat de hele organisatie mee moet denken en doen in deze cultuurverandering.
Wat kun je ermee?
Door vrijheid van cliƫnten te vergroten ontstaat een organisatie waarin mogelijkheden centraal staan en niet de regels of de beperkingen. Dan ontstaat voor cliƫnten, mantelzorgers en medewerkers een organisatie waarin men graag wil wonen en werken en waar men trots op kan zijn. Dat wil toch iedereen?
Noten
1 āIn voor beter, leven in vrijheidā is uitgevoerd door Vilans op verzoek van het ministerie van VWS. Het project levert een bijdrage aan het Actieprogramma Onvrijwillige Zorg (VWS, IGZ, 2013). Meer informatie over het project?
Zie: http://www.vilans.nl/publicatie-in-voor-beter-leven-in-vrijheid.html
Over de auteur
Jennie Mast is senior adviseur bij Vilans (J.mast@vilans.nl).