

Van verbinding naar verbetering: leren van de praktijk (Safety-II) in de antistollingszorg
Antistollingszorg behoort al jaren tot een van de grootste risico’s voor patiëntveiligheid. Tegelijkertijd blijkt verbetering weerbarstig door de complexiteit van zorgprocessen en de vele betrokken disciplines. De Federatie Medisch Specialisten (FMS), de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), later aangevuld met Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) en de Patiëntenfederatie, initieerden daarom in 2018 het landelijke patiëntveiligheidsprogramma Tijd voor Verbinding (2020-2024).
door: Ylonne Sensen, Nikki Damen en Dionne Braeken
Dit programma koos voor een andere aanpak: niet top-down oplossingen ‘uitrollen en implementeren’, maar bottom-up leren van de dagelijkse praktijk en gezamenlijk ‘uitproberen, reflecteren en adapteren’. Deze Safety-II aanpak leidde tot een landelijk netwerk van professionals in de antistollingszorg dat nog steeds actief is.
In dit artikel beschrijven we hoe deze beweging zich ontwikkelde – van landelijk programma naar thematisch netwerk en lokale toepassing – en wat dit oplevert in de praktijk. We laten zien hoe je vanuit een Safety II perspectief concrete stappen kunt zetten in het verbeteren van de kwaliteit van zorg in jouw ziekenhuis (of andere zorgorganisatie).
Antistollingszorg: een hardnekkig veiligheidsvraagstuk
In Nederland gebruiken ruim twee miljoen mensen antistollingsmiddelen voor indicaties zoals atriumfibrilleren en behandeling en preventie van trombose (Zorginstituut Nederland, 2026). Onderzoek toont aan dat antistollingsmiddelen behoren tot de meest risicovolle medicatie. De balans is precair: te veel leidt tot bloedingen, te weinig tot trombose of infarcten. Dit wordt bevestigd door het NIVEL rapport (2022), dat aantoont dat circa 40% van de medicatie gerelateerde zorgschade samenhangt met antistolling. Tegelijkertijd is de zorg steeds complexer geworden vanwege een toename aan middelen, indicaties en comorbiditeiten bij patiënten, en meer betrokken zorgverleners. De verantwoordelijkheid voor veilige antistollingszorg is versnipperd, terwijl goede afstemming tussen zorgprofessionals cruciaal is. De combinatie van factoren maakt antistollingszorg tot een typisch voorbeeld van een complex systeemprobleem, waarbij richtlijnen en protocollen regelmatig onvoldoende houvast bieden aan zorgprofessionals om consequent kwalitatief goede antistollingszorg te bieden in de praktijk.
Van professionele standaarden naar een andere manier van verbeteren
In 2012 werd in Nederland de 1e Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling (LSKA) ontwikkeld om de afstemming tussen zorgverleners en de organisatie van zorgprocessen rondom antistolling te verbeteren. Een 2e versie van het LSKA volgde in 2014 (Kennisinstituut van Medisch Specialisten, 2014). De implementatie van deze standaard in de praktijk bleek echter lastig. NIVEL concludeerde in een evaluatie dat er weliswaar initiatieven gestart waren om het casemanagement antistolling en transmurale samenwerkingsverbanden vorm te geven, maar dat vereiste financiering achterbleef en dat tevens extra mankracht en coördinatie nodig was om verbeteringen te realiseren. (Damen et al., 2015) Daarom werd antistolling in 2018 een van de verbeteronderwerpen in het landelijke patiëntveiligheidsprogramma Tijd voor Verbinding.
De kern van dit programma was een fundamenteel andere benadering om patiëntveiligheid vanuit een aantal onderwerpen, zoals antistolling, te verbeteren:
- niet controleren, maar leren
- niet top-down, maar bottom-up
- niet alleen focussen op fouten (Safety-I), maar op leren van hoe de dagelijkse praktijk eruit ziet en wat hierin goed gaat (Safety-II) (Hollnagel e.a., 2015)
In plaats van ‘de juiste oplossing’ implementeren, zette de aanpak in het programma in op begrijpen hoe de dagelijkse praktijk werkt en op het uitwisselen van praktijkvoorbeelden tussen ziekenhuizen in Nederland. Wat doen zorgprofessionals daadwerkelijk in de praktijk? Hoe voeren zij de zorg voor patiënten met antistolling uit? Wat werkt in die praktijk goed? En waarom? En hoe kan een ander ziekenhuis de werkwijze in een eigen, lokale context overnemen? (Tijd Voor Verbinding, 2018; Tijd voor Verbinding, n.d.)
Leren van de praktijk: meer dan ‘best practices’
In de praktijk bleek dat zichtbare succesverhalen (‘stokpaardjes’) niet altijd de meest leerzame of makkelijk over te nemen voorbeelden waren. Omdat achter deze initiatieven meestal een complex verhaal en contextfactoren schuilgingen, zoals doorzettingsvermogen van individuele zorgverleners, oplossingen die pasten in de lokale situatie van een afdeling of ziekenhuis of intensieve samenwerking en afstemming tussen de verschillende disciplines.
De echte inzichten zaten juist in de alledaagse praktijk. Vaak niet heel ‘groots’ en soms zelfs onopgemerkt door professionals of teams die ‘onbewust bekwaam’ waren:
- kleine, praktische aanpassingen, zoals het verschuiven van een toedieningsmoment van medicatie, zodat dit beter aansluit op andere werkwijzen daaromheen, wat foutgevoeligheid vermindert
- informele werkwijzen, zoals een afdelingssecretaresse die ongevraagd altijd controleert of een bepaald vereist formulier wel ingevuld is
- slimme workarounds, zoals alternatieve oplossingen voor technische onmogelijkheden (van bijvoorbeeld een EPD) die verbetering in de weg staan
Door verschillende praktijkvoorbeelden van antistollingsprocessen uit te diepen en uit te schrijven en betrokken zorgverleners hierover in gesprek te laten gaan, ontstond inzicht in wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Zo maakten we impliciete kennis expliciet en werden verbeteringen beter begrepen zodat deze overgenomen en vertaald konden worden naar andere ziekenhuizen met een andere lokale context.
Het Antistollingsnetwerk: samen continu blijven leren en verbeteren
Om te voorzien in een behoefte aan onderlinge verbinding en -leren faciliteerde programma Tijd voor Verbinding een groep gemotiveerde professionals bij het opzetten van een landelijk antistollingsnetwerk. Een netwerk dat door hen werd voortgezet na afloop van het landelijke programma. Zorgmedewerkers betrokken bij antistollingszorg uit verschillende organisaties werden met elkaar verbonden om samen te werken aan concrete antistolling-gerelateerde vraagstukken uit de praktijk. Thema’s zoals casemanagement, perioperatief beleid, informatievoorziening en samenwerking tussen eerste en tweede lijn kwamen hierin terug.
De kracht van het netwerk zat – en zit nog steeds - in:
- Elkaar kennen en ervaringen delen
- Gezamenlijk reflecteren
- Leren van verschillen tussen organisaties
Een belangrijk effect van het gezamenlijk leren in dit antistollingsnetwerk was dat deelnemers niet alleen anderen inspireerden en hielpen, maar zelf ook nieuwe of verbeterde ideeën opdeden en toepasten in hun eigen organisatie.
Wegvallen van ondersteuning na landelijke impuls aan antistollingszorg: kans of risico?
Na afloop van Tijd voor Verbinding, in september 2024, viel de landelijke ondersteuning weg. Dit maakte de kwetsbaarheid van het netwerk zichtbaar. Weliswaar hield een kerngroep het netwerk in stand en werd er aansluiting gevonden bij bestaande structuren, zoals de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT), toch blijkt het in de praktijk en in de ‘waan van de dag’ lastig om:
- Autonomie te bewaren en onafhankelijk keuzes te maken
- Continuïteit te borgen
- Tijd en middelen vrij te maken of te verkrijgen
- Nieuwe deelnemers te blijven betrekken
Tegelijkertijd laat het netwerk zien dat er wél behoefte is aan verbinding. Juist in complexe thema’s zoals antistollingszorg blijkt leren van elkaar essentieel. Dit roept een belangrijke vraag op: hoe organiseer je duurzame ondersteuning voor dit soort leernetwerken die, juist dóór de complexiteit van het thema, bestaan uit veel verschillende zorgverleners die niet onder één beroepsvereniging of organisatietype te scharen zijn en met doelstellingen die niet volledig matchen met één bestaande structuur?
Van inzichten uit het netwerk naar toepassing in de lokale praktijk: ervaringen in het JBZ
De kracht van het netwerk en van een Safety II-benadering wordt pas echt zichtbaar in de lokale praktijk. Zo zijn in het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) inzichten uit Tijd voor Verbinding en het antistollingsnetwerk benut om de antistollingszorg verder te ontwikkelen.
Wat daarbij opvalt, is dat succes zelden voortkomt uit het simpelweg implementeren van een goed idee of een kant-en-klare oplossing. Het begint met een andere manier van kijken: eerst begrijpen, dan verbeteren. Dat vraagt om uitzoomen en het volledige antistollingsproces doorgronden, in gesprek gaan met alle betrokkenen over wat goed gaat en wat beter kan, en bewust ruimte maken voor verschillende perspectieven. Door ideeën en verbetermogelijkheden — zowel vanuit de eigen organisatie als uit externe netwerken — gezamenlijk te verkennen en in de praktijk te beproeven, ontstaat stap voor stap inzicht in wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden.
In het JBZ leidde deze aanpak onder meer tot:
- meer aandacht voor de rol en stem van de patiënt in zorgprocessen;
- beter inzicht in het perioperatieve proces en de knelpunten daarin;
- een pilot met klinisch doseren, ontwikkeld in co-creatie met zaalartsen, doseerartsen en EPD-experts;
- beter zicht op technische en organisatorische verbeterkansen door afstemming met apothekers, kwaliteitsadviseurs, functioneel beheerders en documentbeheerders;
- verbeterde samenwerking tussen specialismen betrokken bij antistollingszorg;
- grotere zichtbaarheid en bereikbaarheid van het casemanagement antistolling.
Een cruciale succesfactor hierbij is de cultuur binnen het ziekenhuis: er is ruimte om initiatief te nemen, te experimenteren en van elkaar te leren. Juist daardoor kunnen kleine verbeteringen ontstaan die stap voor stap uitgroeien tot duurzame verandering.
Safety-II in de praktijk: begin klein en maak het concreet
Werken vanuit het Safety-II paradigma klinkt voor veel mensen abstract, groot en als 'weer iets nieuws of anders'. Het is echter een logisch vervolg op de ontwikkelingen binnen patiëntveiligheid, waarbij de focus van het leren van (bijna) fouten is verschoven naar leren van de dagelijkse praktijk. Hierdoor is de Safety-II benadering juist heel praktisch en kan zo klein of groot ingezet worden als nodig en passend is. Iedere zorgprofessional kan zijn bijdrage leveren, want kwalitatief goed zorg ontstaat door de kleine keuzes die iedereen kan maken in het dagelijkse werk, en wat je daarvan leert door erbij stil te staan.
Het begint met andere vragen stellen:
- Hoe ziet het werk in de dagelijkse praktijk eruit, de ‘work-as-done’?
- Wat gaat hier al heel goed, en waarom? Hoe zouden we daar ‘meer’ van kunnen krijgen?
- Hoe lukt het ons/professionals om met complexiteit en onverwachte omstandigheden om te gaan?
- Waar zitten variaties, en wat kunnen we daarvan leren?
De belangrijkste les is om klein te beginnen:
- kies een concreet proces of onderwerp, waarbij draagvlak is voor verbetering of verandering
- organiseer een gesprek met betrokkenen
- verken hierin perspectieven en maak variaties in werkwijzen zichtbaar
- leer samen over wat het beste werkt, waar je meer van wilt en wat je anders wilt doen
- experimenteer kortcyclisch met kleine verbeteringen
Juist deze kleine stappen zorgen voor duurzame verandering, omdat ze aansluiten bij de praktijk.
Wat kun jij hiermee in jouw ziekenhuis?
Voor organisaties, kwaliteitsmedewerkers en zorgprofessionals die met antistollingszorg (of vergelijkbare complexe thema’s) aan de slag willen, zijn vijf lessen relevant:
- Investeer in verbinding
Verbetering ontstaat niet in isolatie, maar bereik je door samen te leren. Elkaar kennen en vertrouwen is daarbij van belang om vrijuit kennis en ervaringen te kunnen delen. - Investeer ook in experimenteerruimte
Samen leren en verbeteren lukt alleen als er voldoende tijd, ruimte en veiligheid is om te reflecteren en dingen uit te proberen. Zorg als leidinggevende eventueel ook voor ondersteuning en creëer deze randvoorwaarden.
- Kijk naar wat er gebeurt en wat er kan in de praktijk, niet alleen naar ‘hoe het zou moeten’ volgens regels en afspraken
Begrijp eerst hoe iets in de dagelijkse praktijk écht werkt, voordat je verbeteringen gaat implementeren. - Betrek zorgprofessionals bij het initiëren, bedenken en uitvoeren van verbeterinitiatieven
Juist zij weten als ervaringsdeskundigen wat in het dagelijks werk écht kan werken – en wat ook niet.
- Maak het klein en concreet
Grote plannen zijn minder effectief dan kleine, gedragen stappen.
Over de auteurs
- Ylonne Sensen MSc, internist, promovendus bij Tranzo (Tilburg University), voormalig netwerkbouwer en regieteamlid Tijd voor Verbinding en momenteel tevens werkzaam voor het Casemanagement antistolling/trombosedienst van het Jeroen Bosch ziekenhuis
- Nikki Damen, senior adviseur Kwaliteit & Veiligheid, FYEO; trainer, docent & adviseur FIN Zorgadvies; voormalig veiligheidsadviseur antistolling en regieteamlid bij Tijd voor Verbinding
- Dionne Braeken, PhD, trombosevigilantie functionaris MUMC+; voorzitter AntistollingsNetwerk
Referenties
- From Safety-I to Safety-II: A White Paper. Hollnagel E., Wears R.L. and Braithwaite J. (2015), The Resilient Health Care Net: Published simultaneously by the University of Southern Denmark, University of Florida, USA, and Macquarie University, Australia.
- Implementatie Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling 2.0: stand van zaken, Damen, N., Damen, P., Van Dijk, L., De Bakker, D., & Wagner, C. (2015), NIVEL.
- Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling (LSKA 2.0): voor de eerste- en tweedelijnszorg, Kennisinstituut van Medisch Specialisten. (2014)
- Monitor Zorggerelateerde Schade: Dossieronderzoek bij overleden patiënten in Nederlandse ziekenhuizen, NIVEL (2022)
- Programma Tijd voor Verbinding, Tijd voor Verbinding. (n.d.)
- De volgende stap voor patiëntveiligheid in ziekenhuizen, Tijd voor verbinding (2018). In FMS, NVZ, NFU, V&VN, & Patiëntenfederatie Nederland, De Parlementaire Monitor (No. 31016, nr. 111).
- Aantal gebruikers 2020-2024 voor ATC-subgroep B01 : Antithrombotica. zorgcijfersdatabank.nl, Zorginstituut Nederland (2026, March 11)