

TIPP brengt onveiligheid transities aan het licht
Transities van patiƫnten tussen de eerste en tweede lijn vereisen een adequate informatieoverdracht. Als deze overdracht niet goed wordt uitgevoerd, lopen patiƫnten het risico op een veiligheidsincident. Het Transmuraal Incident Preventie Programma (TIPP) bracht deze onveiligheid in kaart.
Door Marije van Melle en Dorien Zwart
Onderdeel van het themanummer Ketenzorg van KIZ. Naar de overzichtspagina
Veel patiƫnten worden behandeld door meerdere zorgverleners, zowel in de huisartspraktijk als in het ziekenhuis. Het bewegen van patiƫnten tussen zorgverleners bij bijvoorbeeld verwijzing, ontslag of bezoeken aan de Spoedeisende hulp of polikliniek, vereist een goede informatieoverdracht. Als deze overdracht niet goed worden uitgevoerd, is er kans op een Transmuraal Incident (TI)1, 2, 3.
Door de vergrijzing de toename van patiƫnten met multimorbiditeit, samen met de substitutie van zorg van de tweede naar eerste lijn, zal het aantal transities tussen huisarts en ziekenhuis toenemen4. Om deze transities veiliger te maken, moeten we inzicht hebben in de oorzaken van problemen bij transities en dit ook in beeld kunnen brengen.
Drie pijlers
Om de transmurale patiĆ«ntveiligheid te verbeteren, werd tussen 2013 en 2017 het Transmuraal Incident Preventie Programma uitgevoerd in de regioās Utrecht en Hardenberg.Ā Het doel was om een strategie en een toolbox te ontwikkelen voor de verbetering van de transmurale patiĆ«ntveiligheid. Hiervoor hadden we eerst meer inzicht nodig in de huidige stand van zaken in Nederland. Vervolgens wilden we valide en betrouwbare meetinstrumenten ontwikkelen om de transmurale patiĆ«ntveiligheid, veiligheidscultuur en percepties en ervaringen van patiĆ«nten en zorgverleners over de heersende transmurale patiĆ«ntveiligheid in kaart te brengen. Daarnaast wilden we het effect van de interventies Ā meten 5.
Behalve veranderingen aan het transmurale zorgproces zelf is er voor een optimaal effect van verbeterstrategieĆ«n ook een constructieve cultuur nodig waarin een gezamenlijke inspanning voor veilige transities de norm is6.Ā Transmurale patiĆ«ntveiligheidscultuur wordt gedefinieerd als āhet geheel aan normen, waarden, opvattingen en omgangsvormen ten aanzien van transmurale patiĆ«ntveiligheidā 7. En naast de zorgverleners kan de patiĆ«nt, als centrale actor in transities, ook actief deelnemen aan het borgen van transmurale patiĆ«ntveiligheid, bijvoorbeeld door bij twijfels aan het zorgproces aan de bel te trekken8.Ā Daarom waren de drie belangrijke pijlers in het TIPP-onderzoek optimalisatie van de transmurale zorgoverdracht, verbetering van de transmurale patiĆ«ntveiligheidscultuur en stimulering van patiĆ«ntparticipatie.
Onveilige situaties
Om te leren wat er zoal misging tijdens de transities verzamelden we TIās bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn en bij patiĆ«nten. Hiervoor gebruikten we incidentenrapportage, enquĆŖtes, interviews en focusgroepdiscussies. Van de 548 geĆÆdentificeerde TIās waren correspondentie van het ziekenhuis naar de huisarts (26 procent), verwijzing (14 procent) en communicatie en samenwerking buiten de schriftelijke correspondentie (14 procent) de belangrijkste groepen. De meerderheid betrof onveilige situaties; omstandigheden of gebeurtenissen die het risico op fouten vergroten. Daarnaast waren er near-misses; onbedoelde gebeurtenissen die voor de patiĆ«nt geen nadelen opleverden omdat de gevolgen ervan op tijd waren onderkend en gecorrigeerd. Er werden drie fatale TIās gemeld.
PatiĆ«nten rapporteerden vaker TIās over inadequate verwijzing, dubbeling in diagnostische testen en onzekerheid over de hoofdbehandelaar. Zorgverleners rapporteerden vaker over medicatie gerelateerde TIās.Ā Dit verschil tussen meldingen van zorgverleners en van patiĆ«nten reflecteert hun verschil in perspectief op transmurale patiĆ«ntveiligheid. Deze waargebeurde incidenten werden later gebruikt als leervoorbeelden tijdens de interventie.
Meetinstrumenten
Om het effect van de TIPP-interventie te kunnen evalueren, zijn valide meetinstrumenten nodig voor alle belangrijke pijlers in het onderzoek. Hiervoor zijn we eerst op zoek gegaan naar bestaande gevalideerde meetinstrumenten. In een systematisch literatuuronderzoek vonden we geen meetinstrumenten geschikt voor onze situatie9.
We hebben daarom zelf meetinstrumenten ontwikkeld en gevalideerd passende bij de drie pijlers van ons onderzoek. De eerste was een dossierstudie in een database waarin zowel het huisarts- als het ziekenhuisdossier gekoppeld waren. Daarin konden we het zorgproces in de zorgketen evalueren door het identificeren van TIāsĀ 3, 10.Ā De tweede betrof de TRAnsitional patient safety Climate Evaluation (TRACE) voor het meten van de transmurale patientveiligheidscultuur vanuit de perceptie van de zorgverlener 11, en de derde de Transitional Risk and Incident Questionnaire (TRIQ) voor het meten van de transmurale patiĆ«ntveiligheid vanuit de ervaringen van de patiĆ«nt12.Ā Uit de dossierstudie en uit de validatie van de TRACE vragenlijst bleek dat de huisartsen en medisch specialisten een verschillende blik hebben op de transmurale patiĆ«ntveiligheid.
Ā De TIPP-interventie
De TIPP-interventie, gericht op het verbeteren van de transmurale patiĆ«ntveiligheid door het voorkomen van TIās, is ontworpen als een multi-component, complexe interventie. De TIPP-interventie bevatte generieke en context-specifieke componenten gericht op de drie genoemde pijlers; optimalisatie van de transmurale zorgoverdracht, verbetering van de transmurale patiĆ«ntveiligheidscultuur en stimulering van patiĆ«ntparticipatie
Bij de eerste pijler ging het om het opzetten van regionaal samenwerkende transmurale incidentmeldingscommissies en de organisatie van transmurale incidentmeldingsweken. Bij de cultuur om een gezamenlijke workshop voor de eerste en tweede lijn waarin de werkprocessen in beide lijnen werden besproken aan de hand van recente TIās, en gezamenlijk (interdisciplinair) onderwijs voor huisartsen en medisch specialisten in opleiding.Ā In samenwerking met de Nederlandse PatiĆ«nten Federatie werd voor de patiĆ«ntparticipatie een patiĆ«nt-informatie-kaart ontwikkeld, gericht op transmurale patiĆ«ntveiligheid. Context-specifieke componenten waren het in gebruik nemen van Zorgdomein en een Transmuraal Gezamenlijk Medisch Consult (T-GMC) voor patiĆ«nten die terugverwezen werden van de polikliniek cardiologie naar de huisarts13.
Geen verbetering
In een voor-na trial liet statistische analyse geen verbetering zien van de primaire uitkomsten overlijden, heropname en zorgconsumptie. Bovendien had TIPP geen invloed op het aantal TIās gemeten in de medische dossiers en gerapporteerd in incidentmeldweken. Het feit dat meer dan 80 procent van de medische dossiers tenminste ƩƩn TI bevatte, onthulde evenwel duidelijk problemen in de transmurale patiĆ«ntveiligheid.
We vonden wel een positief effect van TIPP op door de patiĆ«nt ervaren TIās; dit betrof een afname van 38 naar 31 procent. Daarnaast was er een negatief effect op de perceptie van zorgverleners op de transmurale patiĆ«ntveiligheidscultuur, gemeten met TRACE-vragenlijst, wat waarschijnlijk wijst op een response-shift veroorzaakt door een toegenomen bewustzijn.
Deze toename van het bewustzijn in zorgverleners werd ook gevonden in de proces- en gebruikersevaluatie. Aangezien bewustzijn de eerste stap is in gedragsverandering en de daaropvolgende verbetering van de transmurale patiƫntveiligheid, denken we dat TIPP verbeteringen in de transmurale patiƫntveiligheid teweeg kan brengen.
Reflectie op het TIPP-onderzoek
Zoals de resultaten van de TIPP-studie suggereren, gaat er veel mis in de zorgketen. De transmurale patiĆ«ntveiligheid kan worden verbeterd, hoewel dit tijd zal vergen. TIPP levert meetinstrumenten om TIās in het medisch dossier te identificeren en de ervaringen van patiĆ«nten in de transmurale patiĆ«ntveiligheid en de perceptie van zorgverleners op de transmurale patiĆ«ntveiligheidscultuur in kaart te brengen.
Deze meetinstrumenten zijn nodig om een gevoel van noodzaak rond transmurale patiƫntveiligheid te creƫren en om verbetering te meten. Tijdens de ontwikkeling van deze meetinstrumenten kwamen we meerdere uitdagingen tegen, zoals het definiƫren van de nieuwe constructen, methodologische problemen en een krap tijdspad, die de volledigheid van het validatieproces beperkten. Bovendien was de implementatie in onze interventiestudie suboptimaal vanwege onvoldoende consistente betrokkenheid van leiderschap, te veel (natuurlijk) verloop van onze champions en gebrek aan capaciteit voor kwaliteitsverbetering.
Gescheiden werelden
Tijdens deze studie hebben we geleerd en ondervonden hoezeer de eerste en tweede lijn vanuit het oogpunt van transmurale patiëntveiligheid twee gescheiden werelden zijn14. Elke lijn heeft zijn eigen functie en visie op risico en patiëntveiligheid, wat regelmatig tot misverstanden leidt. Dit wordt verergerd door het feit dat de medische dossiers strikt gescheiden zijn15.
Om de transmurale patiƫntveiligheid te verbeteren, moet de kloof tussen de instellingen worden overbrugd. Ten eerste moeten we bewustzijn creƫren en de zorgverleners structureel en regelmatig bij elkaar brengen om elkaar en elkaars werkprocessen te leren kennen en te blijven kennen. Zorginstellingen moeten IT-systemen met elkaar verbinden. Het verbeteren en waarborgen van transmurale patiƫntveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid, zowel van instellingen, als ook van bestuurlijke instanties, zoals de overheid, zorgverzekeraars en beroepsorganisaties.
Ten slotte is de patiƫnt de centrale en enige constante factor in zorgtransities. Patiƫnten kunnen betrokken worden bij hun eigen transmurale patiƫntveiligheid, hoewel bij hen de capaciteit en de bereidheid om deel te nemen varieert. Daarom moet de zorgverleners bij alle patiƫnten de bereidheid om een actieve rol te spelen inschatten en hen vervolgens op basis van hun mogelijkheden betrekken bij het waarborgen van hun transmurale patiƫntveiligheid.
Marije van Melle is arts-epidemioloog. Ze werkt als research associate bij de University of Cambridge en promoveerde op het TIPP-onderzoek. Dorien Zwart is huisarts en onderzoeker bij het Julius Centrum.
Referenties
- Forster AJ, Murff HJ, Peterson JF, Gandhi TK, Bates DW. The incidence and severity of adverse events affecting patients after discharge from the hospital. Ann Intern Med. 2003;138(3):161-7.
- Kripalani S, Jackson AT, Schnipper JL, Coleman EA. Promoting effective transitions of care at hospital discharge: a review of key issues for hospitalists. J Hosp Med. 2007;2(5):314-23.
- Van Melle MA, Erkelens DC, van Stel HF, de Wit NJ, Zwart DLM. Pilot study on identification of incidents in healthcare transitions and concordance between medical records and patient interview data. BMJ Open. 2016;6(8):e011368.
- Rijksoverheid. Naar beter betaalbare zorg. Rapport Taskforce Beheersing Zorguitgaven. 2012 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.ās- Gravenhage: Rijksoverheid; 2012.
- Melle van MA, Zwart DLM, de Bont AA, Mol IWM, van Stel HF, de Wit NJ. Improving transitional patient safety: research protocol of the Transitional Incident Prevention Programme. Safety in Health. 2015, 1:13.
- Laugaland K, Aase K, Barach P. Interventions to improve patient safety in transitionalĀ careāa review of the evidence. Work. 2012;41 Suppl 1:2915-24.
- AHRQ, https://psnet.ahrq.gov/primers/primer/5/safety-culture
- Waibel S, Henao D, Aller MB, Vargas I, VĆ”zquez ML. What do we know about patientsā perceptions of continuity of care? A meta-synthesis of qualitative studies. Int J Qual Health Care. 2012;24(1):39-48.
- van Melle MA, van Stel HF, Poldervaart JM, de Wit NJ, Zwart DLM. Measurement tools and outcome measures used in transitional patient safety; a systematic review. PlosOne. Accepted
- van Melle MA, Zwart DLM, Poldervaart JM, Verkerk OJ, Langelaan M, van Stel HF, de Wit NJ. Validity and reliability of a medical record review method identifying transitional patient safety incidents in merged primary and secondary care patientsā records. Submitted
- van Melle MA, van Stel HF, Poldervaart JM, de Wit NJ, Zwart DLM. Validation of a questionnaire measuring transitional patient safety climate indicated differences in transitional patient safety climate between primary and secondary care. J Clin Epidemiol. 2018 Feb;94:114-121.
- van Melle MA, van Stel HF, Poldervaart JM, de Wit NJ, Zwart DLM. The Transitional Risk and Incident Questionnaire (TRIQ) is a valid and reliable instrument to measure transitional patient safety from the patientsā perspective. Submitted
- Borgdorff, A.M., Het Transmuraal Gezamenlijk Medisch Consult ter verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de terugverwijzing van de polikliniek cardiologie naar de huisarts, een mixed methods voor- en na interventiestudie, in Masterthesis NFU-Master.
- Stange KC. The problem of fragmentation and the need for integrative solutions. AnnĀ Fam Med. 2009;7:100ā3.
- Göbel B, Zwart D, Hesselink G, Pijnenborg L, Barach P, Kalkman C, Johnson JK. Stakeholder perspectives on handovers between hospital staff and general practitioners: an evaluation through the microsystems lens. BMJ Qual Saf. 2012;21:i106-13.
Ā
Ā