

IZA en GALA als een opstap naar nieuwe sturingsprincipes
Het Integraal Zorgakkoord is uniek in het bijeenbrengen van de verschillende zorgsectoren en samen met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) brengt het zorg dichter naar de burger. Een interview met Erik Dannenberg, voorzitter van Divosa, de organisatie van en voor gemeentelijke directeuren en leidinggevenden in het sociaal domein.
Door Erwin Bleumink, redacteur van KiZ
Erik Dannenberg start met een casus: een migrantengezin heeft hun dementerende oma in huis genomen. De oma vertoont onhandelbaar gedrag en de situatie loopt steeds vaker uit de hand. De moeder in het gezin krijgt een burn-out en verliest haar tijdelijke baan, waardoor een inkomen wegvalt en schulden ontstaan. Intussen vertonen ook de kinderen problematisch gedrag. âMet wat voor vraagstuk hebben we hier te maken? Voor je het weet zijn er tien organisaties betrokken die ieder vanuit hun specialisme interventies plegen. In Nederland word je goed geholpen met ondersteuning en zorg als je één probleem hebt, maar bij multi-problematiek loop je al snel vast.â
Dannenberg ziet graag de burger achter het stuur met een brede generalist op de bijrijdersstoel. âDe burger mag de generalist zelf kiezen. De specialist zit in die metafoor tijdelijk op de achterbank, meedenkend als daarom wordt gevraagd. Niet overnemend maar ondersteunend. Met dit model zorg je dat de burger echt zeggenschap heeft. Ook start de hulp dichtbij en je zorgt voor participatie van de burger. Dat zijn de sturingsprincipes waar we ons zorgsysteem meer op zouden moeten baseren.â
IZA en GALA als beweging
âDe richting in het Integraal Zorgakkoord is goedâ, aldus Dannenberg. âKort gezegd hevelen we in IZA-activiteiten over van de tweede naar eerstelijn en in GALA hevelen we activiteiten over van de eerste lijn naar het sociaal domein. Dat is de goede richting omdat we naar een andere verhouding moeten tussen burgers en professionals. De burgers meer zeggenschap en zelf actief, en professionals die dat waar nodig ondersteunen. Die beweging is van belang, want we hebben te maken met een dubbele vergrijzing en ontgroening. We krijgen daardoor een krimpende beroepsbevolking en meer burgers die ondersteuning nodig hebben. IZA en GALA zijn stapjes in de goede richting.â
Onhoudbare verzekering
Tegelijk zullen we ook naar onze beloften moeten gaan kijken, zegt Dannenberg. âDe Zvw en de Wlz zijn verzekeringen. Bij een verzekering betaal je als burgers en krijg je daarvoor rechten. Daarmee beloven we zekerheid, waarvan we niet weten of we dat waar kunnen maken. Eind jaren â90 zijn hier al rechtszaken over gevoerd: burgers die een indicatie hadden en daarmee recht op zorg, kregen door wachtlijsten geen zorg geleverd. Zij vochten dat bij de rechter aan en wonnen steeds. Ik denk niet dat de individuele voorzieningen in verzekeringen houdbaar blijven zonder de aanspraken sterk te verminderen.â Een alternatief is volgens Dannenberg dat we een brede basisvoorziening leveren, met minder focus op individuele aanspraken, zoals dat al meer gewoon aan het worden is in het sociaal domein.
Naar alle artikelen in de KiZ special Samenwerken aan de Transitie in Zorg en Welzijn
Financiële impuls
âWe zijn goed in experimenten, maar slecht in opschalen. Met de tijdelijke financiĂ«le impuls die IZA geeft versterk je de focus op experimenten. De vraag die je eigenlijk zou moeten stellen als bestuurder is wat je al kunt regelen binnen de structurele budgetten. Wat je daarin regelt is niet zo afhankelijk van het aflopen van de incidentele financiering en het is makkelijker te verankeren.â
Samenwerking in de regio
De beweging naar regionale samenwerking is belangrijk, stelt de Divosa-voorzitter. âWe moeten van een doelgroepenmodel naar een geografisch model. Uitdaging is wel dat we geen goede regio governance hebben. De regio-indeling verschilt per wet en financieringsstroom. Met IZA gaan we oefenen met het bouwen van een geĂŻntegreerde regio-governance. Er zijn drie belangrijke werkende bestanddelen in de regiobesturing. Allereerst moeten mensen elkaar ontmoeten en bouwen aan onderling vertrouwen, om vervolgens samen dingen te gaan doen. Het tweede bestanddeel is een opgave die je als gezamenlijke verantwoordelijkheid voelt. Een derde bestanddeel is dat de revenuen van de samenwerking ook weer in die samenwerking terecht moeten komen. Een regiofonds of populatiebekostiging passen daarbij.â
Hoe stuur je?
Twee uitdagingen spelen volgens Dannenberg wel een rol in de regionale samenwerking. âAllereerst is er strategisch gedrag vanuit een organisatie, ten koste van het algemeen belang. Zoals ze zeggen: âsamenwerking is de maatschappelijk meest acceptabele vorm van tegenwerkingâ.
Een tweede uitdaging vormt de concurrentie in de zorg. Concurrentie is op zich goed maar de effecten ervan schieten wel door. Het grote aantal thuiszorgorganisaties dat in wijken rondloopt maakt de zorg niet efficiĂ«nter of beter, integendeel. Daar zou meer sturing op mogen. Een mooi voorbeeld van zulke sturing is Austerlitz Zorgt, een zorgcoöperatie die juist één passende thuiszorgorganisatie kiest. Het kan dus. Met de burger wat meer aan het stuur kan de professional beter ondersteunen.â