

Implementatie van dementieonderzoek: recente inzichten uit het proefschrift van Eden Zhu
KIZ interviewt Eden Zhu, zij is in oktober gepromoveerd bij Robbert Huijsman en Kees Ahaus aan de Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het onderwerp was āGebruikmaken van implementatiewetenschap om niet-farmacologisch dementieonderzoek te bevorderenā. Inmiddels is Eden weer thuis in Shanghai voor een korte vakantie voor haar nieuwe baan in Singapore. We spreken haar via Teams.
Door Barbara van der Linden, KiZ redactieĀ
Wat zijn de belangrijkste opbrengsten van dit onderzoek met name voor mensen in de praktijk bijvoorbeeld zorgverleners voor dementerende patiƫnten?
Eden: āIk wil beginnen met het doel van het onderzoek te vertellen namelijk om te onderzoeken wat er bekend is over de verspreiding en implementatie van dementieonderzoek. Ik heb eigenlijk drie onderzoeken gedaan:
Het eerste was een scoping literatuur review naar de barriĆØres en faciliterende factoren die van invloed zijn op de implementatie van onderzoeksresultaten. De focus was op interventies gericht op informele zorgverleners van dementerende mensen. Denk vooral aan psycho-sociale interventies, digitale ondersteuning van mantelzorgers, e-health, mobile health apps, case management en bewegingsapps.
We hebben eigenlijk drie verschillende, bestaande frameworks (ERIC taxonomie, Implementation Outcome Framework en Consolidated Framework for Implementation Science Research, CFIR) gebruikt om te komen tot een soort overkoepelend framework bestaande uit determinanten, strategieƫn en outcomes. Deze aanpak was best uniek en kan gebruikt worden bij toekomstig onderzoek. We vonden dat de kennis over implementatie van interventies heel pril is: wel dat het voordeel van de interventie duidelijk moet zijn en dat de interventie ook in co-creatie met gebruikers tot stand moet komen, maar dat is niet echt specifiek voor dementie interventies of eerstelijns interventies in het bijzonder. De meest toepaste implementatie strategieƫn zijn zoals zo vaak trainingen en andere educatie methoden. Het lijkt erop dat de betere praktijken wel doen wat de literatuur zegt dat ze moeten doen: co-creatie, adaptatie, interdisciplinair werken met meerdere strategieƫn tegelijk. Maar waarschijnlijk is dit niet gebruikelijk in de normale praktijk en gebeurt dit niet bij de meerderheid van organisaties. Een nieuwe bevinding was strategieƫn die toegepast worden waarbij over netwerken heen samenwerking plaatsvindt: network weaving zoals dat heet.
We vonden dat de infrastructuur waarin de resultaten belanden van groot belang is. Met name de zogenaamde āreadinessā van de bestaande organisaties en professionele netwerken om nieuwe inzichten op te nemen. We vonden ook als belangrijke barriĆØre een gebrek aan kennis van de externe setting waarbinnen de implementatie plaatsvindt.
Deze bevindingen zijn meer voor het meso- en macroniveau relevant, zoals voor academische centra die implementaties bestuderen en funders, niet direct voor de echte dagelijkse praktijk van zorgverleners in de instellingen.āĀ
Wat doen dementie onderzoekers aan implementatie?
Eden: āDe tweede studie kwam uit de eerste voort en keek naar hoe onderzoekers zelf aan de slag zijn met het implementeren van hun resultaten. We hebben 29 onderzoekers van de vijf Alzheimer centra en van UMCās geĆÆnterviewd. Hun rol binnen het ecosysteem van zorgorganisaties en hun omgevingen is niet helder vastgesteld: er zit veel variatie in de nabijheid van onderzoekers tot de praktijk en hun kennis over implementatie. Het zou goed zijn als de meer fundamentele onderzoekers kennis zouden hebben van implementatie en Implementation Science. Dus niet nadenken over implementatie pas aan het einde van de onderzoekspijplijn! Het gaat eigenlijk in vier stadia: van kennis productie, tot adaptatie, disseminatie en implementatie waar je verschillende implementatie strategieĆ«n kan toepassen. Bijvoorbeeld verschillende vormen van co-creatie uitvoeren, netwerken gebruiken en relaties bouwen met zorg settingen en daar trainingen geven.
We hebben niet echt gekeken naar of het nu goed gaat maar meer naar de processen die lopen. Er lijkt wel behoefte aan meer basale kennis bij onderzoekers over implementatie en/of aan specialistische implementatie experts. Ik geloof wel in die ondersteunende experts, terwijl onderzoekers basale kennis over implementatie zouden moeten hebben en dat opgenomen zou moeten zijn in hun opleidingen. Er waren overigens geen officiƫle implementatiedeskundigen bij de Alzheimer centra. Implementatie viel meestal onder de taken van projectmanagers zonder formele trainingen in implementatie.
Dus onze bevindingen kwamen overeen met het bekende gebrek aan capaciteit en competenties die het NIC ook ziet.ā
En onderzoeksfinanciers dan? Wat is hun rol?
Eden: āDe laatste studie ging over de rollen die publieke en private onderzoeksfinanciers spelen in het hele systeem. Ze stimuleren disseminatie en implementatie indirect via aanvraagcriteria voor projecten. Ook investeren ze inmiddels meer direct in infrastructuur en capaciteitsopbouw. En ze bouwen relaties tussen publieke en private organisaties. Een voorbeeld is het Dempact consortium gefinancierd door ZonMw. Zij ontwikkelen voor de dementiezorg context specifieke implementatie tools en geven ook trainingen specifiek voor de dementie praktijk.āĀ
Hoe verder?
Eden: āDe aanbevelingen uit dit onderzoek zijn de volgende: we moeten meer praktijkervaringen gebruiken om tot theorieĆ«n te komen en andersom hebben we veel theorieĆ«n die nog niet goed in tools vertaald zijn voor praktijktoepassingen bijvoorbeeld voor de eerstelijns praktijk. Ook moeten we meer investeren in capaciteit en competenties voor implementatie bij onderzoekers en implementatieprofessionals.
Er zou meer samenwerking moeten komen tussen publieke en private financiers en ze moeten explicieter afspreken wie idealiter wat kan doen. Bijvoorbeeld rond het vraagstuk van staatssteun, daar hebben de private financiers geen last van en zou je afspraken over kunnen maken.
Een ander punt is als je de verantwoordelijkheid voor goede zorg bij de overheid ziet dan zouden publieke financiers meer directe maatregelen moeten nemen. Zonder dat ze zelf implementeren maar wel meer investeren in infrastructuur en capaciteit vanuit een visie van waar middelen idealiter naartoe moeten. Bij voorbeeld bij Dempact zou je moeten kijken hoe zij een vervolg kunnen geven aan eerdere investeringen zoals het Memorabel programma en aan welke infrastructuur daaruit behoefte bleek.ā
Tot slot
Eden gaat als research fellow werken bij het Centre for Behavioural and Implementation Science Interventions (BISI) van Nick Sevdalis in Singapore in haar volgende baan door met Implementation Science in de ouderenzorg. Zij zal zich bezig houden met methodologie ontwikkeling en consulting met praktijklocaties die willen implementeren. Wel blijft ze in contact met Nederland en wie weet nog meedoen aan samenwerkingsprojecten in de toekomst.Ā
Lees hier het proefschrift van Eden Zhu.