Op 9 juli jl. hield de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) een themabijeenkomst ‘Toezicht op kwaliteit in netwerken’. Dagvoorzitter Haske van Veenendaal opende met de vraag of de NVTZ de kwaliteitsdefinitie niet zou moeten bijstellen. In de huidige definitie wordt kwaliteit van zorg opgevat als waarde toevoegen die merkbaar is voor de cliënt, maar moet kwaliteit niet breder gaan over wat merkbaar is voor de burger in het algemeen. Bestaat er spanning tussen die toegevoegde waarde vanuit het perspectief van een cliënt en maatschappelijke waarde? Wat betekent dat dan voor toezichthouders, hoe kunnen zij naast het organisatiebelang nadrukkelijk aandacht besteden aan het maatschappelijk belang?

Door Kees Ahaus en Haske van Veenendaal

Perspectief cliënt versus burger

De NVTZ had voor deze bijeenkomst Cor van Montfort (VU en Tilburg University) en Erik Dannenberg (zelfstandig organisatie-adviseur, lid van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, voorheen voorzitter van Divosa) uitgenodigd. Cor gaf met zijn presentatie overzichtelijke kaders, Erik gaf mooie reflecties in korte intermezzo’s. Verschillende casussen van netwerken werden met de circa 35 deelnemers besproken. Het betrof casussen rond dakloosheid, passend onderwijs, leefbaarheid en integrale ouderenzorg.

Cor van Montfort schetst eerst de context: ‘In organisatienetwerken gaat het om de maatschappelijke opdracht, die netwerken zijn vaak domeinoverstijgend en samenwerken is dan heel belangrijk.’ Een goede metafoor is om samen in de regio de puzzel leggen. Erik Dannenberg stelt: ‘Je wordt in Nederland goed geholpen als je één probleem hebt, maar wat bij meerdere problemen?’. Vervolgens: ‘Wat we eerst nodig hebben is iemand die met een brede blik op ooghoogte van de burger kijkt naar wat het beste past in het leven van die cliënt, een generalist, of anders gezegd een specialist van de breedte, niet een superspecialist waarvan we er veel hebben met ons categorale systeem. Dit systeem kantelt door een geografische oriëntatie.’

Kwaliteit bezien vanuit eco-perspectief

Kwaliteit moet worden geherdefinieerd en de inleiders stellen dat het begrip moet worden verbreed van kwaliteit in het eigen domein naar kwaliteit als publieke waarde die blijkt uit goede maatschappelijke uitkomsten. Toezien op kwaliteit in het netwerk is complex want het betekent bewust zijn van afhankelijkheden van een groot aantal actoren in een gelaagdheid van rollen met eigenlijk beperkte interventiemogelijkheden.

De toezichthouder balanceert volgens Van Montfort tussen (1) compliance, risicobeheersing, control, (2) publieke waarde en maatschappelijke opdracht en (3) draagvlak/legitimiteit. Uit het Eison-onderzoek en het onderzoek met Kenis en Lindemann blijkt dat in de huidige situatie er weinig uitwisseling van informatie is over netwerken met de Raad van Bestuur, en er weinig urgentie is om vanuit de Raad van Toezicht initiatief te nemen (dat ligt bij de bestuurders) in de netwerken. Toezichthouders zijn vooral gericht op continuïteit van de eigen organisatie en minder op netwerken en de maatschappelijke opdracht. Van Montfort spreekt van ego-perspectief gericht op meerwaarde voor de eigen organisatie en eco-centrisch gericht op bijdrage van de eigen organisatie aan de netwerkdoelstellingen. Dannenberg stelt daartoe praktisch voor eens een ontmoeting te hebben zonder agenda, een stakeholdersbijeenkomst bijvoorbeeld. En hij beveelt aan ‘verbonden partijen’ eenmaal per jaar op de agenda met de Raad van Bestuur te zetten.

Rol van de raad van toezicht

In de interactie tussen Raad van Toezicht en Raad van Bestuur stelt Van Montfort dat toezichthouders de goede vragen kunnen stellen: draagt het netwerk bij aan kwaliteit van zorg, wat zijn de kosten en baten van het netwerk, zijn er financiële of andere risico’s die in het netwerk moeten worden beheerst, en is er een goede verantwoording aan netwerkdeelnemers en stakeholders? Hij pleit voor een lerende, ontwikkelingsgerichte dialoog met de Raad van Bestuur en voor toezien dat de maatschappelijke opdracht in het regulier toezicht wordt geïntegreerd.

Het tweede deel van de NVTZ themabijeenkomst betrof een interactieve denksessie, begeleid door Kees Wessels en Albin van Latum van de Argumentenfabriek. De volgende vraag stond centraal: Wat is nodig voor het toezicht op kwaliteit bij verschuiving van organisatie- naar netwerkperspectief en wat betekent dit voor de stakeholders. Met stakeholders werden de volgende belanghebbenden onderscheiden: Organisaties/Raad van Bestuur, Raad van Toezicht, Financiers, de Netwerken zelf en Burgers. In de figuur is een samenvatting te vinden van de besproken punten per belanghebbende. Als we ons primair richten op wat er moet gebeuren bij Raad van Bestuur en Raad van Toezicht in hun transitie naar hechte netwerken dan is de kern dat de Raad van Toezicht de dialoog met de Raad van Bestuur kan versterken met name door agendering en bevraging op visie, aanpak en voortgang van de geprioriteerde netwerksamenwerkingen. Daarbij kan de Raad van Toezicht tevens bewaken dat er juist vanuit een maatschappelijke lens wordt gekeken en helpen in het overwinnen van financiële risico’s die zich bij de eigen of een andere organisatie door verschuivingen zullen gaan voordoen.’

Kees Ahaus is hoogleraar/sectieleider bij de Erasmus School of Health Policy & Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam, lid Raad van Toezicht van TriviumMeulenbeltZorg TMZ en hoofdredacteur KiZ.

Haske van Veenendaal is Adviseur Kwaliteit en Samen Beslissen, trainer bij de School voor Samen Beslissen, trainer bij de NVTZ-academie en portfoliodeskundige Kwaliteit bij de NVTZ, lid Raad van Toezicht Mytylschool St. Gabriël en lid KiZ-redactie.